Gods plan

In het artikel ‘de vrije wil’ hebben we gezien dat wij mensen vaak de illusie hebben dat we zelf kunnen kiezen wat we willen. In de praktijk blijkt daarvan maar weinig waar te zijn. We worden door veel meer beïnvloed en gestuurd dan we beseffen. Bovendien sluit dit helemaal niet uit dat al onze keuzes allang bekend waren bij God.

Toch gaan mensen vaak in tegen wat God ‘wil’. God wil niet dat we stelen of liegen, maar dat gebeurt wel. Hij wil dat iedereen gered wordt en de waarheid leert kennen, maar nu geloven nog veel mensen niet in Hem. Hoe zit het met Gods wil? En heeft God eigenlijk een plan? En kunnen wij dan toch niet met onze wil Gods plannen dwarsbomen?

We kunnen in de Bijbel veel vinden over Gods wil en hoe Hij handelt. In Spreuken 16:9,33 lezen we dat een mens plannen maakt, maar God bepaalt waar hij heen gaat, en dat elke willekeurigheid door Hem bepaald wordt. Hij werkt alles uit in overeenstemming met de raad van Zijn wil Efe 1:11, en er valt zelfs geen mus dood van het dak zonder God Mat 10:29. Jezus bad ook in het ‘onze Vader’ het bekende stukje ‘Mag Uw wil gebeuren op aarde, zoals ook in de hemel.’

In de praktijk blijkt echter dat wij mensen toch tegen Gods wil in gaan. In de wet leren we dat God niet wil dat we stelen of moorden, en toch gebeurt het. Ook de Bijbel staat vol met voorbeelden waarin de mensen niet naar God luisteren. Zijn volk week keer op keer van Hem af. Hij stuurde profeten naar ze toe en waarschuwde ze voor de gevolgen van hun acties. Maar ze luisterden niet, zelfs niet toen Hij zijn eigen Zoon zond. De mensen verwierpen Christus en vermoordden Hem. Hoe veel verder kan dit van Gods wil af liggen! Maar het was helemaal Gods plan. We lezen zelfs dat Christus als offer al klaarstond voordat mensen geschapen werden Openb 13:8. Alles in het Oude Testament wees ook al vooruit naar Zijn offer. Het leek een foutje, maar bleek uiteindelijk het belangrijkste punt in Gods plan te zijn, waarmee Hij alle mensen Zijn liefde bewijst. Wie had dat gedacht!

Zo is het ook met geloven. God wil dat alle mensen gered worden en de waarheid leren kennen 1Tim 2:4! Slechts een klein deel van de mensen blijft echter trouw aan God en gelooft Hem. Komt dat door menselijke koppigheid? Nee, God kiest mensen al uit voordat ze gemaakt waren en geeft hen het geloof, maar tegelijkertijd sluit Hij juist bij mensen hun oren en ogen zodat ze het niet kúnnen geloven Efe 1:4; 2:8; Rom 11:8-10. In Romeinen 9:16-18 lezen we dan ook dat God verhardt wie Hij wil, en zich ontfermt over wie Hij wil. Dan hangt het niet meer af of iemand wil of zijn best doet, maar van God Die zich ontfermt. Dat mensen Hem niet geloven is dus ook Zijn plan! Het heeft dus ook een doel. Zo gebruikte Hij het ongeloof van Zijn volk om Jezus te laten kruisigen en doordat ze Christus ook daarna afwezen werd de boodschap ook naar ons gebracht.

Zo zie je dus dat er een verschil is tussen Gods wil en Gods plan. In het Grieks kennen we daar ook twee verschillende woorden voor: thelēmaθελημα betekent ‘wil’ en boulēmaβουλημα betekent ‘(raads)besluit’ of ‘bedoeling’. Helaas kun je dit niet in alle vertalingen terugvinden, en zijn soms beide woorden met ‘wil’ vertaald, waardoor het lijkt alsof we een God hebben die geen plan heeft, maar van alles wil waarvan het meeste niet uitkomt. Maar zo is het niet! God heeft een plan van eonen, van tijdperken, dat Hij uitvoert in Christus Jezus Efe 3:11.

Misschien vind je het lastig te begrijpen en roept het veel vragen bij je op. Waarom voert God een plan uit, dat anders is dan wat Hij wil? Waarom geeft Hij niet iedereen het geloof? Waarom verhardt Hij mensen en ontfermt Hij zich over anderen? Waarom wil Hij dat wij mensen geen fouten maken, maar Hij is het die mensen ongehoorzaam maakt Rom 11:32. Waarom is God goed, maar is Hij het die ook het kwaad heeft gemaakt? Het antwoord op al deze vragen kun je samenvatten met: om ons iets te leren en iets te laten zien.

Denk eens aan de uittocht van Egypte. Met tien plagen bracht God een enorm leed toe aan het land. En dat terwijl de Farao eerder al het volk wilde laten gaan, maar God zelf verhardde zijn hart! Waarom? Om aan heel Egypte en alle landen daar omheen te laten zien dat God groter is dan alle goden die zij dienden. En zo kan je dat bij al die vragen terugvinden. Doordat wij ongehoorzaam en zondig waren, moest Christus sterven, maar dat had als doel dat Hij aan ons Zijn liefde kon bewijzen Rom 5:8. God laat ons kwaad ervaren om ons nederig te maken en ons te leren hoe goed Hijzelf is. Of, zoals Romeinen 11:32 zegt: God sluit iedereen in de ongehoorzaamheid in, om Zich dan over iedereen te kunnen ontfermen. Als niemand ongehoorzaam was, kon God aan niemand laten zien dat Hij een ontfermende God is. Als er geen ongeloof, zonde en kwaad was, dan was het offer van Zijn Zoon niet nodig, en wisten we niets van Gods liefde…

En hoe zit het dan met al die ongelovigen die ‘verloren’ gaan? Zijn zij de opofferingskosten van het plan zodat wij het wel allemaal zien en begrijpen? Nee, God zal zich over allen ontfermen, ook over hen. Uiteindelijk zullen zij voor God komen te staan en door Hem gericht worden, ja, met recht: op Hem gericht worden. We lezen dan ook dat er een moment zal komen dat ze God zullen erkennen, dat de vijandschap tussen hen en God weg zal zijn, en ook zij recht voor God komen te staan Fil 2:11,12; Kol 1:20; Rom 5:18. Dan zal blijken dat God inderdaad de Redder ís van alle mensen, eerst van de gelovigen, maar uiteindelijk ook van de ongelovigen 1Tim 4:10. En zo zal uiteindelijk Gods wil dus wél overeenkomen met Zijn plan. Dan zal iedereen gered zijn en de waarheid hebben leren kennen!

Wat heeft God een wonderlijk plan vol met omwegen en bochten – zo lijkt het althans. Maar door die omwegen bereikt God een veel groter doel dan wij ooit voor mogelijk hielden of ooit hadden kunnen bedenken. Juist door pijn, verdriet en ongehoorzaamheid, door ongeloof en kwaad, leren we Hem als een God van ontferming, liefde, geduld, als een rechtvaardige God en een genadig God. Daardoor worden we nederig en leren we dat God echt God is, die alles een plaats geeft. Als we iets gaan beseffen van de grootsheid van dat plan, barsten we net als Paulus in een lofzang van verwondering:

33 O diepte van rijkdom en van wijsheid en van kennis van God! Hoe onnavorsbaar zijn Zijn oordelen en hoe onnaspeurlijk Zijn wegen! 34 Want wie kende het denken van de Heer, of wie werd Zijn raadgever? 35 En wie geeft eerst aan Hem, en het zal door hem terugbetaald worden? 36 Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid tot in de eonen. AmenEig.Vert.
(Rom 11:33-36 – proeve van NCV)
Ed van Brummen, Thijs Amersfoort
Deels herschreven uit: “Mededelingen voor reizigers”

Verwante onderwerpen:

vrije wil
Deel met anderen