Vastgestelde feesten van God – Jom Kipoer

Verzoendag- Jom Kipoer (Leviticus 25:9)

De zevende maand
De vorige keer is in de stukjes over de ‘vastgestelde tijden’ van de Heer onder meer gekeken naar de eerste dag van de zevende maand, de maand Tisjri. Deze zevende maand moest volgens Gods verordeningen beginnen met een rust-/‘stop’-dag, een sabbat. Ook is Numeri 29:1 aangehaald, waarin deze eerste dag in het Hebreeuws genoemd wordt: יום תרועה (jom teroeāh) dag van (bazuin)­geschal. Leviticus 23 noemt dit een gedenk-(bazuin)geschal. De vorige keer kwamen ook diverse aspecten van zulk (bazuin)geschal naar voren, waarover verderop nog iets wordt gezegd. 

Nu bestaan de vastgestelde tijden van de Heer in de zevende maand uit drie onderdelen

  • deze eerste dag – Dag van (bazuin)geschal;
  • de tiende van de maand – de Verzoendag;
  • vanaf de vijftiende – het Loofhuttenfeest. Lev.23:34

Hier zullen wij nu vooral kijken naar de tiende, de Verzoendag.

Tien dagen
De eerste tien dagen van de maand Tisjri gebruikt men naar (Rabbijnse) tradities als tien dagen van inkeer, waarin men zich voorbereidt op de Verzoendag, een dag van onder andere vasten. 

In Handelingen 27:9 lijkt de daar genoemde ‘vastentijd’ [HSV] hierop te duiden. 

Joël 2:15 zegt: ‘Blaas de bazuin in Sion, heilig een vasten …’ [HSV] Hier staat niet precies om welke dag het gaat bij dit vasten, maar Leviticus 23:27-32 noemt (slechts) de tiende van de maand als een dag waarop men geen enkel werk mag doen en een heilige samenkomst houdt, en waarop men zich verootmoedigt (!) voor de Heer. (En wie zich daar niet aan hield, zou van het volk afgesneden en door Hem omgebracht worden.) Lev.23:29,30 Zowel het in acht nemen van deze sabbat, als verootmoediging op die tiende wordt in deze paar verzen elk drie maal nadrukkelijk genoemd – dat is dus voor Israël belangrijk.

Wat is er verder te zeggen over deze tiende dag?

De tiende van de zevende maand: Verzoendag – jom kipoer
Naar Leviticus 23:32 moet men dus, beginnend op de avond van de negende tot aan de avond van de tiende een sabbatdag in acht nemen. 

We zagen al, dat de Verzoendag een dag van verootmoediging is en van volkomen rust. Lev.23:27,28 Op deze dag wordt namelijk ‘verzoening gedaan’ voor alle zonden van het volk, om hen te reinigen. Lev.16:29-30 Dit wordt in één vers tweemaal genoemd en is dus belangrijk.

Wat moest de hogepriester doen op de tiende dag?
Leviticus 16 beschrijft, hoe Aäron onder zeer strikte voorwaarden (hij moest bijvoorbeeld apart een offer voor zichzelf en zijn huis brengen) vs.11 en met offergaven éénmaal per jaar vs.34 voorbij het voorhangels binnen mocht gaan in het heiligdom vs.2,15,17 (waar de ark met het verzoendeksel stond) om ‘verzoening te doen’. 

Het Hebreeuwse woord voor ‘verzoening doen’ heeft de letters כפר (k-p-r), net als bij jom ha‘kipoer’im [kortweg: ‘jom kipoer’ – ‘verzoen-dag’].

Het Hebreeuwse werkwoord כפר (k-p-r) vertaalt men soms met ‘bestrijken’ (zoals bij de ark van Noach Gen. 6:14), maar het geeft eigenlijk aan: een bescherming aanbrengen tegen Gods verontwaardiging (toorn), die gericht teweegbrengt. In deze betekenis wordt het ook wel vertaald met ‘bedekken’, maar een ánder Hebreeuws woord ‘k-s-h’ betekent: ‘bedekken, verbergen’. 1

Aäron moest dus als hogepriester (en idem de hogepriesters na hem) zowel voor de overige priesters, als voor het hele volk, als voor de tent van ontmoeting, voor het heiligdom, als voor het altaar een ‘bescherming bewerken’ op de Verzoendag – jom kipoer – via het bloed van de offers (o.a. sprenkelend óp en vóór het verzoendeksel). Lev.16:33; Ez.43:20,26 Het volk was dan voor het komende jaar ‘beschermd’, zodat de Heer te midden van hen kon zijn, zónder dat Zijn toorn over hen zou komen. 

Leviticus 23:30 laat zien dat iedereen die op de Verzoendag toch zélf enig werk deed, door Hém omgebracht zou worden, want het was een dag van volkomen rust! Deze ‘bescherming’/verzoening kon alléén van Hem komen en niet door eigen werken! En ook vers 29 zegt, dat wie zich niet verootmoedigde op deze dag, van het volk afgesneden moest worden. Zijn ‘bescherming’ gold dus alleen onder voorwaarden en voor één jaar.

1. Zie ook: Knoch, A.E. (1947). The glorious gospel of Gods’s grace. Unsearchable Riches, XXXVIII 5, pp. 226-229.

Waarom is ‘bescherming’ nodig?
Deze ‘bescherming’ was nodig, omdat in de ark in het Heilige der heiligen onder andere de ‘stenen tafelen’ lagen, de twee tafelen van het getuigenis, er door Mozes in gelegd. Deut.10:1-5

Op deze tafelen had God de Woorden van het Verbond of de tien Woorden geschreven. Ex.34:28 (Vandaar dat de ark ook de ‘ark van het Verbond’ heet.) Num.10:33 Deze tafelen getuigden tégen het volk zodra men één van de geboden zou overtreden; dan werd het verbond geschonden. 

Ook Paulus zegt, dat wie onder [of: in] de wet zondigen, door de wet geoordeeld worden. Rom.2:12 En, nadat hij in 2Corinthiërs 3:3 de stenen tafelen noemde, zegt hij: ‘… de letter doodt …’ vs.6 en ‘Als nu de bediening van de dood, met letters in stenen gegrift …’ vs.7

De wet is de bediening van de dood, omdat geen mens de wet kan houden! Daarom moest het volk tegen Gods ‘toorn’ ‘beschermd’ worden. De Heer had aangegeven wat er zou gebeuren, als zij niet naar Hem luisterden en al de geboden niet zouden doen. Lev.26:14-17; Deut.28:15 e.v. En 2Kronieken 34:21 zegt:

…want de grimmigheid van de Here die over ons is uitgegoten, is groot, omdat onze vaderen het woord van de Here niet nauwlettend in acht genomen hebben, overeenkomstig alles wat in deze boekrol geschreven is.naar de HSV
(2Kron 34:21 – naar de HSV)

[Het gaat hier over de door priester Hilkia opnieuw gevonden wetsrol van JWHW.]

Kortom:
*We zagen, dat de hogepriester ín het Heilige der heiligen jaarlijks verzoening/bescherming voor een ieder moest bewerken door middel van offers, en dat verootmoediging en volkomen sabbat houden voorwaarden waren op de Verzoendag. En we zagen, waarom die ‘bescherming’/verzoening nodig was.

Maar de hogepriester moest ook nog op een ándere manier deze verzoening bewerken.

Twee harige geitenbokken
Aäron zou ook twee harige geitenbokken als zondoffer nemen, die voor de Heer (bij de ingang van de tent van de ontmoeting) neergezet werden. Aäron ‘geeft’ dan loten aan de twee harige geiten: één ‘lot voor de Heer’ en één ‘lot voor de weggaande geit.’ Lev.16:8 [HSV]

De geitenbok met het lot voor de Heer wordt tot zondoffer gemaakt. Maar de geit waarop het lot is gevallen om de weggaande geitenbok te zijn, zal volgens vers 10 léven voor het aangezicht van de Heer om voor hem ‘verzoening te doen’ (dus: om voor hem ‘bescherming te doen/bewerken’) en om hem weg te zenden als weggaande geit naar de wildernis (woestijn).Lev.16:7-10 Het leven van de ‘weggaande’ geitenbok werd ‘beschermd’ door de dood van de andere, die als het zondoffer bestemd was!

Hoe ging dat wegzenden?

Aäron moest zijn beide handen op de kop van de levende weggaande geitenbok leggen en alle ongerechtigheden, overtredingen, zonden van de Israëlieten belijden; en zo deze leggen op de kop van de bok. Vervolgens werd die bok dus levend de wildernis in gestuurd. En zo zal de geitenbok al hun (Israëls) ongerechtigheden op zich dragen naar een ‘afgesneden’ (van water afgesneden, onbewoonbaar) land. Lev.16:21-22 Hun zonden werden dus weggedragen naar een ‘afgesneden’ gebied.

Schaduwbeeld: geen zonden meer 
Natuurlijk zijn dit, behalve jaarlijks letterlijk uit te voeren rituelen, ook schaduwbeelden, voor tijden die nog zouden komen en die ook nu nog zullen komen. Zo doet dit wegzenden van de zonden en ongerechtigheden wellicht denken aan wat de Heer zegt in Jesaja 43:25 over de overtredingen en zonden van Israël, namelijk dat Híj hun overtredingen wegvaagt en hun zonden niet gedenkt! Of zoals Jeremia 50:20 aangeeft: 

In die dagen en in die tijd, spreekt de HEERE, zal gezocht worden naar de ongerechtigheid van Israël, maar die zal er niet zijn, en naar de zonden van Juda, maar ze zullen niet gevonden worden …HSV
(Jer 50:20 – HSV)

Of ook Psalm 103:12 ‘Zo ver het oosten is van het westen, [zo] ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.’ [HSV]

Toch kon dit pas werkelijkheid worden, nadat Hij zélf eenmaal Zijn offer gebracht had. (Lees Hebreeen 10:10-12.)

Hebreeen 10:13-17 gaat over de tijd van het (nieuwe) verbond, dat Hij ‘na die dagen’ met hen zal sluiten: ‘… en aan hun zonden en hun wetteloze daden zal Ik beslist niet meer denken.’ vs.17 Hun zonden zijn als het ware weggezonden de woestijn in en worden niet meer herinnerd!

Schaduwbeeld: de Heer als zondoffer bestemd
De geitenbok die tot zondoffer bestemd werd, is natuurlijk een schaduwbeeld van de Heer Jezus Christus. Jesaja 53:4-6 getuigt er onder andere van, dat de Heer de ongerechtigheden ‘van ons allen’ op Hem heeft doen neerkomen. En in Handelingen 2:23 lezen we dat, de Heer overeenkomstig het vastgestelde raadsbesluit en de voorkennis van God is overgegeven. Met andere woorden: Vader had op Hém het lot gelegd om, (zoals Johannes aan het begin van de bediening van de Heer zegt) het Lam Gods te zijn, dat de zonde van de wereld wegneemt. Joh.1:29 Tot zover de beschrijving rondom beide geitenbokken.

Dus:*
Op deze Verzoendag werd een geitenbokje geslacht, waarop het lot was gekomen, dat hij het offer zou zijn, vanwege alle ongerechtigheden van het volk. En de andere bok die ‘met zonden was beladen’ werd vrijgelaten. Die ongerechtigheden werden ver weg gestuurd naar een onherbergzaam gebied zodat ze niet meer herinnerd zouden worden. Dit wegsturen en het niet meer herinneren is wat de Heer met de zonden van Zijn volk zal doen.

Verootmoediging van het volk en geen enkel werk doen
De Verzoendag (jom kipoer) is een dag, waarop heel het volk zich volkomen zou verootmoedigen, opdat men (zoals al gezien) heel goed zou beseffen, dat men zónder deze ‘bescherming’/verzoening, vanwege alle overtredingen, ongerechtigheden en zonden, niet voor Gods aangezicht zou kunnen blijven bestaan! Daarbij kon en mocht geen enkel werk van de mensen ook maar iets toevoegen aan wat Hij op Verzoendag jaarlijks gaf. 

Vervulling van de Verzoendag? 
Naast de letterlijke gebeurtenissen die jaarlijks plaatsvonden, zal de Verzoendag in de toekomst nog vervuld worden. In de beschrijving van de dag van (bazuin)geschal (de eerste Tisjri) zagen we, dat het geschal óók de tijd aankondigt, dat de Bruidegom (de Heer) gaat komen. Joel 2:16; Matth.9:15 En het (bazuin)geschal kondigt aan: de dag des Heren is nabij! Joel 2:1, met eerst donkerheid en duisternis, veel benauwdheden (verdrukkingen). Joel 1:15, Zef.1:14-18, of Matth.24:29-30 En net zoals die eerste dag van (bazuin)geschal letterlijk én tevens ‘profetisch’ is, zo zal ook de Verzoendag in de toekomst vervuld worden. 

Het aspect van verootmoediging 
Leviticus 23 bleek de Verzoendag aan te geven als dag van verootmoediging. Nu spreekt Zacharia 12 over de dag, waarop de Heer Jeruzalem gaat bevrijden: 

Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig [kind];(…) over Hem bitter klagen (…) Op die dag zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn …HSV
(Zach 12:10-11 – HSV)

Ook in Joel 2:10-17 roept Hijzelf – met betrekking tot de dag van de Heer – op tot bekering met vasten, met geween en met rouwklacht. vs.11b,12 Deze teksten lijken aspecten van de vervulling van de verzoendag in de toekomst te tonen. Zo zal Israël rouw bedrijven (wat verootmoediging insluit?!), als de zeer ontzagwekkende dag van de Heer komt. 

Het aspect van een enkel werk doen
Volgens Zacharia 13 en 14 zal de Heer Zelf strijden bij Zijn terugkomst (op de Olijfberg). Zach.14:3,4 Mogelijk herinnert dat aan het ‘geen enkel werk doen’ door het volk? Hij zal uiteindelijk het land reinigen, een overgebleven deel van het volk louteren en Koning worden over heel de aarde. Zach.14:9 Vervolgens wordt in Zacharia 14:16,18-19 gesproken over het vieren van het Loofhuttenfeest (te vieren vanaf de vijftiende van de zevende maand).

Uiteraard schetsen ook de boeken Daniël en Openbaring veel van deze (nabije) tijden.

*Dus: ook de Verzoendag verwijst naar de tijd, waarop de dag des Heren werkelijkheid zal worden op aarde. Zo zagen we mogelijk de aspecten verootmoediging en volledige rust houden terug bij beschrijvingen van de dag des Heren. 

Rechtvaardiging, verzoening om niet!
Het (‘oude’) verbond met alle inzettingen en geboden is aan Israël gegeven en door God met hen gesloten. Via de hogepriester kon men slechts op de Verzoendag onder voorwaarden ‘bescherming’ voor zonden ontvangen gedurende één jaar.

Wij echter mogen ons leden weten van het Lichaam van Christus. En Christus’ volkomen en verzoenende werk, het éénmalige Offer van onze Heer, heeft werkelijk álles volbracht. 

Wij, die veraf waren, hebben nu al, tezamen met hen die dichtbij waren, in één geest (volledig vrije) toegang tot de Vader! Ef.2:17,18 Het Griekse woord dat de apostel Paulus gebruikt voor ‘verzoenen’ geeft niet een ‘bescherming’ aan (dat is een ander Grieks woord: hilasmosιλασμος, zoals in 1Joh. 2:2), maar het heeft de elementen ‘naar beneden toe/neer-veranderen’ in zich. Wij werden, toen wij vijanden waren, met God verzoend door de dood van Zijn zoon, door onze Heer Jezus Christus. Rom.5:10,11 Elke krenking en alle zonde is mét Christus aan het kruis genageld. Kolossenzen 2:13,14 zegt:

… Hij maakt ons gezamenlijk levend met Hem, ons genade schenkend voor alle krenkingen, het door de inzettingen tegen ons gerichte handschrift uitwissend dat ons vijandig was en dit heeft Hij uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelenHSV
(Kol 2:13,14 – HSV)

Wat een genade! Het volk had jaarlijks bescherming nodig en ieder die zich niet aan de voorschriften hield, werd afgesneden van het volk of gedood!

Onder het ‘oude’ verbond bleef er altijd afstand bestaan tussen God en de mens. Maar door Christus Jezus hééft God ons, die vijandig gezind waren – zonder ook maar één voorwaarde aan ons eigen werken te stellen – met Zich verzoend en is er volledig vrije toegang tot Hem! Niets kan ons meer scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus. En daarom: ‘Wie zal uitverkorenen Gods beschuldigen? God, de Rechtvaardigende?’ Rom.8:33 Wij zijn om niet gerechtvaardigd in Zijn genade, eens voor altijd! Wat kunnen wij anders dan Hem danken voor deze zeer overvloeiende genade van onze Heer, Christus Jezus!

Ans Bouman

Deel met anderen