‘Het is alles vrede en zekerheid …’

De bovenstaande titel van dit stukje is genomen uit de tekst van 1Thessalonicenzen 5:3

De tijd waarin wij ons nu bevinden, is een tijd van crisis door het zeer besmettelijke virus covid-19. Mensen die dit overkomt, kunnen behoorlijk ziek worden en zelfs overlijden. De overheidsmaatregelen, die genomen worden ter voorkoming van verdere besmetting, hebben in korte tijd de samenleving drastisch veranderd. 

Misschien schieten ons gedachten te binnen over de profetische voorspellingen van de ‘dag des Heren’, die komt als een dief in de nacht. Dat zou zomaar kunnen. Of misschien vraagt u zich af, gaat dit over de smart van hen die zwanger zijn in het beeld dat de apostel Paulus noemt in deze Schriftplaats? 

De gelovigen in Thessalonica schenen door geest, of woord of door een brief gealarmeerd te zijn. Hun denken was geschokt, omdat zij het idee hadden dat ‘de dag des Heren’ al was aangebroken. Was dit het moment? Overgezet naar ons in deze crisistijd: is dit het moment? 

Laten wij de woorden van de apostel Paulus over de aanwezigheid van de Heer en onze opzameling tot Hem als leidraad nemen, om op dit soort vragen antwoord te krijgen. Is onze ‘vrede en onze zekerheid’ in gevaar? Gaan we toch door de ‘grote verdrukking’ en is dit misschien het begin ervan, of in ieder geval dan toch de onverhoedse nabijheid? Laten wij eens lezen, wat de brieven van de apostel Paulus ons hierover zeggen.

Dit is een heel bekende tekst onder gelovigen die naar de komst van de Heer uitzien en Hem verwachten. Het is ook een uitspraak van de apostel waarin hij aangeeft, dat wij iets precies mogen weten, hoewel Zijn dag komt als een dief in de nacht. Er wordt aan toegevoegd, dat wij niet in duisternis zijn, zodat de dag óns als een dief grijpt. Wij zijn van het licht en van de dag. 

Tegen het volk Israël zei de Heer Jezus: ‘Waak dan, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. Matth.24:42-43 Dat is een opmerkelijk verschil met wat de apostel ons bekend mocht maken. Wij kunnen hier echter niet uit opmaken, dat er voor ons ergens vanuit de Schriften dan wél een precieze datum te berekenen zou zijn waarop de dag van de ontrukking zal plaatsvinden. Dát staat hier niet! 

Er zijn in het verleden – en ook nu nog – veel vermoedelijke data berekend en steeds weer fout gebleken. Ook in ons midden is dat gebeurd. Zo lang wij met menselijke wijsheid de Schrift hiervoor willen gebruiken, blijven wij dezelfde fout maken, hoe goed ook bedoeld. Wat staat hier dan wel? 

In het beeld van de dief maakt de Heer duidelijk aan Zijn volk, dat het niet bekend is op welk uur of welke dag het zal zijn. Matth.24:36 Als zij zouden weten in welke wake de dief zou komen, zouden zij waken. Maar omdat zij het niet weten, en ook niet de wacht houden, overvalt die dag hun. 

Wat is dan het verschil tussen het volk Israël en ons betreffende de tijd van de komst van de Heer? 

  • Allereerst misschien wel, dat het gaat over ‘de dag’ en niet over de duisternis. Wij zijn niet in duisternis, maar wij zijn allen zonen van licht en zonen van de dag; niet van nacht noch van duisternis. 1Thess.5:4-5 
  • Ten tweede is het zo dat er geen verplichting is om te waken voor wat betreft de ontrukking naar de ontmoeting van de Heer in de lucht: ‘… opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij dommelen, gelijktijdig tezamen met Hem leven. God heeft ons niet gesteld tot verontwaardiging maar tot het verwerven van redding!’ 2Thess.2:9,13
  • Hier wordt bovendien ook het derde verschil genoemd: wij zijn niet gesteld tot verontwaardiging [NBG: toorn]. Wij gaan niet, zoals Israël, door een periode van verdrukking, vervolging en de benauwdheid van Jacob. Dát gebeurt in de diepste geestelijke en mentale duisternis die nog zal komen. 
  • Een vierde verschil is de onthulling van de wetteloze, de zoon van de vernietiging, in een tijd waarin men de valsheid gelooft door de inwerking van de dwaling die God dan onder de mensheid zendt. 2Thess.2:11-12 

Nu is het nog niet zover, hoewel de nacht vordert en de dag nabij is! Rom.13:12 Nu weerhoudt nog de aanwezigheid van gelovigen, die het lichaam van Christus vormen, de uitgeroepen gemeente waarvan Christus het Hoofd is, de onthulling van de wetteloze. Het geheim van de wetteloosheid is al in werking, maar de wetteloze zelf zal pas op het moment van de ontrukking van de uitgeroepen gemeente worden geopenbaard: ‘… alleen totdat uit het midden zou worden weggenomen die momenteel tegenhoudt. En dan zal de wetteloze onthuld worden …’ 2Thess.2:6-8

De Schriftplaatsen die hierboven werden genoemd, laten er geen twijfel over bestaan, dat de wegrukking van de uitgeroepen gemeente, zoals in 1Thessalonicenzen 4:14-17 wordt bekendgemaakt, direct vóór de onthulling van de man van wetteloosheid zal plaatsvinden. Dat zal dan ook het begin zijn van de laatste ‘jaarweek’, voorafgaand aan de oprichting van het koninkrijk der hemelen, zoals in het boek Daniël wordt genoemd. Dit komt overeen met de periode die in het boek Openbaring wordt beschreven als ‘de onthulling van Jezus Christus’. Johannes kwam in geest in ‘de dag des Heren’ op Patmos. Openb.1:9-10

Om antwoord te geven op de vragen die aan het begin van dit stukje werden genoemd, is het nodig om deze Schriftplaatsen te kennen en te begrijpen. Hieruit blijkt, dat ‘de dag des Heren’, nog niet is aangebroken, zoals de Thessalonicenzen geschokt dachten. Zolang het huidige beheer van de genade nog van kracht is, kan de ‘dag des Heren’ niet aanbreken. Dat geeft direct antwoord op de vraag: is dit het moment? Nee! Zijn dit de voorspelde weeën? Nee! Want dat is het beeld voor de ‘onvermoede, totale ineenstorting’. 1Thess.5:3 

Wat is dan de mogelijke betekenis van de huidige crisis van het wereldwijd verspreide virus, dat in aanleg zelfs dodelijk kan zijn? 

Paulus geeft als aanwijzing (maar níet als voorwaarde voor redding) dat we ons niet in slaap zouden laten sussen door meldingen van ogenschijnlijke vrede en veiligheid. De totale ineenstorting komt onvermoed, als een volledige verrassing. De mensheid zal onvoorbereid zijn, omdat ze slaapt en in duisternis verkeert. Zó mogen wij de betekenis van de huidige onverwachte crisis zien. 

In december 2019 was er nog nauwelijks iets mis, hooguit een griep epidemie in China. In de maand februari 2020 werd de wereld pas onvoorbereid getroffen. Ziekenhuizen werden overstroomd, begraafplaatsen werden overspoeld en bij begrafenissen kon er vaak geen gepast afscheid meer geboden worden aan de nabestaanden. In diverse landen worden nu zelfs massagraven gebruikt. 

Ook de economie wordt zwaar getroffen en de onderlinge sociale samenhang wordt abrupt aangetast en afgebroken. De mensheid wordt gewezen op haar zwakheid in allerlei facetten en omstandigheden. 

Bij de uitspraak ‘vrede en zekerheid’ wordt nu voorzichtig een vraagteken gezet. Landen ruziën met elkaar over onderlinge solidariteit en wijzen op mogelijke veroorzakers van dit virus. De tegenstellingen tussen de wereldleiders over de juiste aanpak zijn dramatisch groot. En… dit is nog niet eens het begin van de ‘smart van de zwangere’. 

Het mag voor gelovigen een aansporing zijn om niet verder te dommelen, maar om wakker te zijn. Het is nu genade tijd en zolang wij ons nog bevinden in het beheer van de genade, mogen wij beseffen dat ‘vrede en zekerheid’ alleen te vinden zijn bij God en Zijn Christus, onze Heer Jezus, Die ons zal bergen uit het komen van Gods verontwaardiging [NBG: toorn]. 

Voor de dag van Christus hebben gelovigen geen crisis of berekening of enig teken nodig, maar geloof, verwachting en liefde die ons dagelijks doet verlangen naar díe dag.

Gijs Bernouw
Deel met anderen