De Godheid van God

God en de mens
Het Griekse woord theosθεος, dat in onze Nederlandse vertalingen met God vertaald is, betekent: Plaatser: Hij, Die alles en iedereen plaats geeft, in Zijn plan, in Zijn schepping.

Een mens hoort Zijn woord: dat alles uit God is.
God beoogde dat zonde een belangrijke functie heeft in Zijn plan.
Vragen worden gesteld, zoals deze:

Als God bedoelde, dat zonde de wereld binnenkwam, waarom wordt satan dan later in de poel van vuur gegooid, terwijl hij deed wat hij in feite moest doen?

Oppervlakkig gezien lijkt deze vraag redelijk, terecht zelfs. Is het eerlijk wat God in de toekomst met die tegenstander doet? Kun je deze vragen stellen?

Vragen stellen
De Schrift merkt meerdere keren op, dat God geen mens is. Num. 23:191Sam. 15:29Hos. 11:9 God is de Schepper van de mens.
De mens is ook uit God.
Als wij als mensen kennis opdoen uit Gods woord, begrijpen wij weinig. Vanuit dat onbegrip komen dan vragen op die een mens in feite niet aan God kan stellen. Men benadert God als was Hij een mens.
Het is met genoemde vragen nog erger. Al je die vragen stelt, plaats je jezelf boven God. God wordt aangeklaagd. 

Romeinen 9
We lezen Romeinen 9:19 naar aanleiding van de uittocht uit Egypte over de Farao een zelfde vraag:

Je zult dan tegen mij zeggen: “Wat heeft Hij dan nog aan te merken? Want wie heeft Zijn wil weerstaan?”Eig.Vert.
(Rom 9:19 – HSV, aangepast)

De grondtekst zegt echter niet: Zijn wil, maar: Zijn bedoeling: Wie heeft Zijn bedoeling weerstaan?
Het gaat in Romeinen 9 over de soevereiniteit van God. Dat wil zeggen: God handelt uit Zijn liefde volkomen vrij.
Als het gaat om kiezen van sommigen (Jakob), citeert Paulus Exodus 33:19 :

 

Ik zal barmhartig zijn over wie Ik barmhartig ben en
Ik zal medelijden hebben over wie medelijden heb.
Eig.Vert.
(Rom 9:15 – proeve van NCV)

En hij voegt eraan toe:

Zo hangt het niet af van wie wil, noch van hem die rent, maar van God, Die barmhartig is.Eig.Vert.
(Rom 9:16 – proeve van NCV)

Als het gaat om de mens en God, wat heeft de mens dan in te brengen? Het hangt helemaal van God af.

De wil van God en Farao
In vers 17-21 werkt Paulus vers 16 verder uit aan de hand van de uittocht uit het Egypte en de Farao die toen wereldleider was. Door God geïnspireerd illustreert Paulus vers 16.
Om het voor zijn lezers nóg duidelijker te maken, citeert hij opnieuw Exodus:

Want de Schrift zegt tot Farao: Ex. 9:16 “Juist hiertoe heb Ik jou verwekt, dat Ik in jou Mijn kracht bewijzen zou en dat Mijn Naam verkondigd wordt over heel de aarde.”Eig.Vert.
(Rom 9:17 – proeve van NCV)

Farao was niet op eigen kracht wereldleider geworden, hoewel hij zich dat niet bewust was. Jahweh, de God van Israël, had Farao op die plaats gezet.
Het doel was tweeledig:

  1. God ging Zijn kracht in hem bewijzen en
  2. Zijn Naam moest op de hele aarde verkondigd (en daardoor groot gemaakt) worden.

En dat gebeurde. God maakte Zijn wil bekend aan de Farao, die het volk Israël verdrukte. Gods wil: Laat Mijn volk gaan, werd de Egyptische vorst aangezegd.
Farao liet het volk niet gaan, want God verhardde zijn hart, zoals vooraf Ex. 4:217:3 en tijdens de plagen Ex. 9:1710:1,20,2711:10 in totaal zeven keer vastgesteld wordt.
Drie keer lezen we, dat Farao zijn hart zwaar maakte (of:verheerlijkte, Hebreeuws: כבוד (kabod)). Ex. 8:15,329:34 En verder wordt vastgesteld, dat het hart van Farao versterkt/verheerlijkt/ver­hard was –niet dat hij zelf zijn hart verhardde. Ex. 7:13,14,22; 8:199:7,35
Farao ging tegen de wil van God in. Daartoe maakte Jahweh het hart van Farao sterk (hard). Anders had Farao het volk Israël al na de eerste plaag laten gaan.
Paulus schrijft over God:

Hij ontfermt zich over wie Hij wil en
Hij verhardt wie Hij wil.
Eig.Vert.
(Rom 9:18 – proeve van NCV)

Gods bedoeling
Dat verharden was onder meer bij Farao het geval. Dat deed God, opdat Zijn bedoeling bereikt werd.
Zoals eerder opgemerkt was dat tweeledig: Gods kracht moest in Farao getoond worden en Zijn Naam verkondigd op de hele aarde. Dat is ook zo gebeurd.
Alles is uit God. Hij werkt in het hart van een mens, zelfs als die daardoor tegen Zijn (geopenbaarde) wil in gaat. Want het is uiteindelijk tot Zijn eer, omdat Zijn (verborgen) bedoeling bereikt wordt!
De apostel geeft antwoord aan de vragensteller:

O mens, wie ben jij, dat jij God tegenspreekt? Zal ook het maaksel tegen de Maker zeggen: “Waarom hebt U mij zo gemaakt?”Eig.Vert.
(Rom 9:20 – proeve van NCV)

God is de grote Pottenbakker! En wij? Wij zijn geen robot, wij zijn klei.
Hij handelt naar wat Hij Zich voornam. Als daartoe het hart van een mens verhard moet worden, dan doet God dat, opdat Zijn plan, Zijn bedoeling ermee, tot Zijn eer uitgewerkt wordt en zo heel de schepping gezegend wordt, ja, deelt in Zijn heerlijkheid.

Date Gorter

Verwante onderwerpen:

vrije wil
God
Deel met anderen