Gezonde en ongezonde redeneringen

OF

HET RECEPT VAN SPREUKEN 3:5
(Deel 1)

1. Inleiding

Denken en spijsvertering hebben veel gemeen. In beide gevallen laten wij iets het lichaam binnenkomen en wordt het vervolgens verwerkt. Afhankelijk van wat dat is, kan het de gezondheid ten goede komen of schaden. Het resultaat van het spijsverteringsproces bouwt het lichaam op en houdt het in stand. 

Het denkproces beoogt een overeenkomstig resultaat. Alles wat onze ogen zien en onze oren horen gaat de hersenen in en wordt daar verwerkt, bewust en ook onbewust. Het resultaat blijkt uit gedrag, waarvan gesproken en geschreven redeneringen evenzeer deel uitmaken. Die redeneringen kunnen gezond en tot opbouw zijn of ongezond en schade aanrichten.

Daarbij doet zich een subtiel probleempje voor. Iemand kan namelijk heel gezond voedsel consumeren en toch ziek worden als de spijsvertering niet naar behoren functioneert. Zo is het ook met het denken, Want iemand kan weliswaar Gods Woord horen en lezen, maar door een verkeerd denkproces tot een ongezond resultaat verwerken. Daarop gaan wij hierna met enige voorbeelden nader in.

2. Basis en basisbegrippen

2.1. Verstand, denkzin

Wij kunnen te maken krijgen met gezonde en ongezonde zaken. Wij kunnen die op een gezonde en ongezonde wijze verwerken. Voor dat verwerkingsproces heeft de Schepper ons verstand geschonken. Volgens de Dikke Van Dale is verstand: ‘1. ver­mo­gen om te den­ken, iets te be­grij­pen (bevattingsvermogen), 2. ver­mo­gen om goed, hel­der te den­ken, juist in­zicht, 3. ver­mo­gen om over bepaalde za­ken te oor­de­len, ken­nis over die za­ken.’ Het gaat nu in het bijzonder om de tweede betekenis: ‘ver­mo­gen om goed, hel­der te den­ken, juist in­zicht.’

Inzicht is een betekenisvol woord: het wijst op het hebben van zicht naar bin­nen of bin­nen in iets, waardoor be­grip van de aard of het we­zen van iets ontstaat en het intellect bepaalde sa­men­hangen ontdekt. Verstand en inzicht vormen zo een onafscheidelijk paar. Hierna zullen wij zien dat ook de Schrift dit verband legt.

In de Hebreeuwse Schriften wordt voor ‘verstand’ het woord בִּינָה (bináh) (Strongnr. 0998) gebruikt. Het komt er 37 maal voor en staat vooral met wijsheid (חׇכְמָה (chokmah), Strongnr. 2451) in verband (Deuteronomium 4:6; vooral in Job en Spreuken). Bij het Hebreeuwse woord voor ‘verstand’ gaat het om het feit inzicht, onderscheidend vermogen te bezitten (bijv. Daniel 1:20), om het vermogen waarmee men bij zaken kan onderscheiden waarop het aankomt – iets dat ons woord ‘verstand’ ook uitdrukt. In de Septuaginta is בִּינָה (bináh) vaak vertaald met sunesisσυνεσις (Strongnr. 4907, inzicht).

Het Griekse woord dat bij uitstek op denken en denkvermogen betrekking heeft, is nousνους (Strongnr. 3563). In de Nederlandse Concordante Vertaling (NCV) is voor het trefwoord ‘denkzin’ gekozen, als ware ons denkvermogen, ons verstand een zintuig. Bestaat er inderdaad niet een intensief verkeer tussen wat wij met de zintuigen waarnemen en met onze hersenen zien? Ook al staat het trefwoord ‘denkzin’ niet in de Dikke Van Dale, heeft het wel de juiste bagage.

2.2. Spreuken 3:5

Het woordje בִּינָה (bináh) komt in Spreuken 3:5 voor. Een proeve van een concordante vertaling luidt: ‘Vertrouw op Jahweh in geheel jouw hart en op jouw verstand [בִּינָה (bináh)] zal jij niet steunen!’ Deze woorden houden een belangrijke aanwijzing in: vertrouw rücksichtslos op God en Zijn Woord! Als wij dat nalaten, zullen wij zelfs met gezond verstand nooit toekomen aan gezond redeneren, aan redeneren zoals God bedoeld heeft. Wie los van het door Hem geademde Woord (2Timotheus 3:16) gaat denken, geraakt van God los!

In de loop der tijden hebben zeer velen God uit hun harten buitengesloten en verwachten meer heil van hun eigen denkzin. Menselijk denken hanteert andere criteria dan God en is daardoor blind voor Zijn voornemen van de eonen dat Hij uitvoert in Christus Jezus, onze Heer (Efeziers 3:11).

Denken dat los van God staat, brengt uitsluitend duisternis, met alle dwalingen en mislukkingen van dien. Dat heeft al eeuwenlang een vruchtbare voedingsbodem gecreëerd voor de massa ongezonde redeneringen waarmee wij dagelijks overspoeld worden, zowel in de media als in boeken en tijdschriften, ongeacht het vermeend wetenschappelijke gehalte ervan. God geve dat wij de opdracht die zo klip en klaar in Spreuken 3:5 is gegeven, zonder enige reserve kunnen opvolgen en in al ons denken en doen Zijn Woord als levensbron en toetssteen daadwerkelijk centraal stellen.

2.3. Denkproces

Geen mens zal kunnen ontkennen dat voor het denken bepaalde wetmatigheden gelden. Dat is geen vondst van menselijk denken, maar is in de Schrift terug te vinden. Die wetmatigheden kunnen worden samengevat met de term ‘logica’. Aan die term zit helaas een luchtje: hij voert terug op het Griekse λογικη τεχνη, de redeneerkunst die al in de Oudheid populair was, zoals bij de leerlingen van Aristoteles die zelf leerling van Plato was. Bij de Grieken leidde de redeneerkunst tot een waaier van filosofieën, waarvan de apostel Paulus in 1Corinthiers 1:19, onder aanhaling van Jesaja 29:14, Gods woorden citeert: ‘Ik zal de wijsheid der wijzen teniet doen gaan en het verstand [בִּינָה (bináh) / sunesisσυνεσις] van de verstandigen afwijzen!’ Toch heeft men na hem veelvuldig leentjebuur bij filosofen gespeeld, met name in de zogenaamde theologie, met alle kwalijke, verduisterende opvattingen van dien.

2.4. Gods Woord is leidend

Ongezond en niet logisch denken komt men in talloze gedaanten in de Schrift tegen. Het is dan altijd God en onze Heer Jezus Christus die de mens daarin corrigeren. In navolging daarvan is het noodzakelijk dat wij ons denken te allen tijde baseren op de gegevens en denkbeelden zoals God die aan ons in Zijn Woord gegeven heeft. Die zijn per definitie waar en gezond! Het is doodeenvoudig een kwestie van God op Zijn Woord geloven! Maar, o, wat hebben mensen daar steeds moeite mee!

Telkens wanneer wij ons met Gods Woord voeden, moeten wij scherp blijven letten op de wijze waarop wij Schriftuurlijke waarheden in ons brein verwerken! Want heeft de geschiedenis niet uitgewezen dat men met het woord der waarheid in de hand door ongezond redeneren tot de meest uiteenlopende valse leringen komt? In allerhande kerkelijke dogmata, belijdenisgeschriften en catechismussen zijn de treurige voorbeelden ervan terug te vinden.

2.5. Belang van gezonde woorden

Wij hebben tot dusver de betekenis van ‘verstand’ in Spreuken 3:5 bezien en daarmee ook het belang van denken en redeneren overeenkomstig Gods Woord, de enige juiste basis voor al ons denken. Iedere koekenbakker zal kunnen bevestigen dat het gebruik van uitstekende ingrediënten door geknoei toch tot misbaksels leiden. Precies zo kan men met deugdelijke feiten en gegevens toch tot ondeugdelijke conclusies komen. Enige voorbeelden zullen hierna aan de orde komen.De apostel Paulus drukt niet voor niets Timotheüs tot tweemaal toe op het hart vast te houden aan de gezonde woorden van onze Heer Jezus Christus (1Timotheus 6:3 en 2Timotheus 1:13). Hij wijst in die eerste brief ook op de ziekteverschijnselen bij hen die aan die gezonde woorden voorbijgaan. In het bijzonder voor hen, die door God vanuit de natiën geroepen zijn, is het van doorslaggevende betekenis te onderscheiden wat in Gods Woord wel en niet voor hen geldt. Voor ons, die behoren tot de uitgeroepen gemeente die waarvan Christus het Hoofd is, moeten kunnen onderscheiden wat God (a) aan hen geadresseerd heeft, (b) aan Israël en (c) aan de gehele mensheid. Alleen indien wij in ons denken uitgaan van Gods Woord en de gezonde woorden die Paulus bedoelt, kunnen wij tot gezonde conclusies komen, mits wij daarbij ook de wetten van het denken, de logica, in acht nemen. Zo niet, dan misleiden wij onszelf en, erger nog, anderen.

Alfred E. Dekker

Deel met anderen