De overheid en onze houding (2)

Onze huidige plaats in de wereld

De gelovigen in de tijd van Handelingen waren in een eenvoudige en eenduidige situatie. Zij leefden onder overheden die afgoden dienden, en maakten deel uit van heidense volkeren. Later werd de situatie voor gelovigen moeilijker door een list van de tegenwerker. Nadat men de waarheden van het evangelie van de apostel Paulus verlaten had, werd de ‘kerk’ een staatskerk. Constantijn verklaarde in 313 AD het christendom tot staatsreligie, en de kerkvaders wilden het rijk van God op aarde vestigen. Vanuit deze valse grondhouding ontwikkelde zich het kunstmatige onderscheid tussen overheden die van God zijn en overheden die onder satans controle staan. Veel gelovigen zijn tot nog toe niet bevrijd van dit bedrog. De aardse gezindheid werd dominant. Voor de christenen was de aarde niet langer het toneel van onderschikking en verootmoediging. De ambten en bedieningen in de kerken werden heersend in plaats van dienend. Eenvoudige opzieners werden ‘hoogwaardige’ bisschoppen, en zelfs als vorsten. Via zichtbare middelen en vleselijke wapens werden volken ‘bekeerd’ en kruistochten gehouden. Zelfs de reformatie zorgde niet voor bevrijding. Het zicht op een juiste indeling van de Schrift (twee evangeliën) ontbrak. Daarom ontleende men aan het koningschap zoals dat in Israël ingesteld was, de idee van protestantse vorsten. Dat zijn de zogeheten ‘geestelijke stadhouders van God’, Die de kerk onder hun bescherming en heerschappij gesteld zou hebben. Men concludeerde vanuit onze tekst, dat ‘de ambtsdragers’ Rom.13:6 geestelijke ‘stadhouders van God’ moesten zijn. Terwijl het gaat om verschillende functies binnen de overheid, bijvoorbeeld belastinginspecteurs en beambten die belastingen en tol vaststellen en innen.    

Positie van de overheid

In geestelijk opzicht (of: bereik) heeft een vorst, koning of keizer nooit enige stem. Want daarin gaat het om de geestelijke regering (het koninkrijk) van de Zoon van Zijn liefde. Alleen degenen die uit het volmachtsgebied van de duisternis geborgen werden, vallen onder Zijn waardige en gevolmachtigde regering. Voor alle anderen is het licht van God en de regering door heilige geest niet toegankelijk Kol.1:12,13

Maar wanneer een wereldlijke, politiek-religieus samengesmolten overheid zich aanmatigt in dit bereik van de geest iets aan te geven dat voor de uitgekozenen van God, heiligen en geliefden, bindend is, dan mogen wij weten, dat haar hierin geen volmacht door God gegeven is. In dat geval kunnen wij aan de overheid een eenvoudig getuigenis van onze volmacht geven.

De dwaling van de reformatie, dat is de kwaadaardige samensmelting van wereldlijke politiek en christelijke religie, heeft ernstige gevolgen gehad. Dat begon met de boeren oorlogen, met vervolgens de dertigjarige oorlog tot op een recent verleden met als motto: ‘Met God voor koning en vaderland’. De christelijke volken wilden het ‘geestelijk Israël’ zijn en het verbond van ‘kerk en troon’ was een vervalste nabootsing van Israëls overheid, waarin priesterschap en koningschap nauw verbonden waren. Daarom is het niet verbazend dat ook de oorlogvoerende politiek ten opzichte van omringende landen door het oude Israël, vervalst in de christelijke natiën ingevoerd werd.                                                                                                                                          

Bloed en vlees

In de huidige tijd vol afwijking, met een onheilige alliantie tussen politiek en religie, blijft oneindig veel verwarring en onenigheid onder gelovigen in Christus bestaan. Ze zijn vaak verwikkeld geraakt in een verschrikkelijke strijd met bloed en vlees Efe.6:12, werden onder een ongelijk juk met ongelovigen 2 Cor.6:14  gebracht. Ze kwamen in de meest tegenstrijdige krachtenvelden terecht, omdat ze deze dingen niet konden doorzien, noch (geestelijk) onderscheid konden maken.

Wij vinden in Gods woord geen aanleiding om aan christelijke overheden de voorkeur te geven, alsof alleen die door God gesteld zijn. Wij hebben echter evenmin redenen om deel te nemen aan vijandschap van diverse machten met verschillende ideologieën. We hebben evenwel alle reden, ons in het bijzonder te hoeden voor de zogeheten ‘christelijke’ in de wereld. Want de satan vermomt zich in deze tijd als boodschapper van het licht en zijn dienaren als dienaren van gerechtigheid, in het bijzonder tegenover de gelovigen 2Cor.11:14.

Onze houding

Gelovigen zijn geboren en geplaatst in de verschillende natiën; daarin hadden zij geen keuze. Ze hebben echter geen opdracht voor zichzelf een regering te kiezen. Ze zouden zich eerder aan de aanwezige overheid onderschikken en daarvoor bidden. Ze zouden de politieke verhoudingen niet willen veranderen als ze waarachtig gelovendat alles uit God is. Hun interesse ligt immers ergens anders; want hun burgerschap en domein is in de hemelen Fil.3:20. Zij behoren aan God toe en nemen geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis Ef.5:11. Onze plaats en bediening in de wereld maakt ons ‘probleem’ makkelijk oplosbaar; wij zijn ambassadeurs voor Christus 2Cor.5:20.

Als ambassadeurs van de Hoogst geplaatste van heel de schepping zijn wij hier, nu nog op aarde, totdat wij weggeroepen worden, te gast in diverse landen. Ambassadeurs bemoeien zich niet met de binnenlandse politiek van het land waar zij ‘als gast’ verblijven; ze zijn onder de wetten van dat land gesteld en genieten ook de bescherming ervan. Het is hun opgave om de belangen van hun Heer en Gebieder in de diverse landen waardig te behartigen. Op voorbeeldige wijze kunnen ze zich manifesteren in diverse omstandigheden, onder de heersende overheid.

Alleen wanneer de overheid ongehoorzaamheid en ontrouw tegenover hun Heer en God van hen verlangt, dan zullen zij, in alle achting en waardering voor hun hoger geplaatste positie, nochtans eenvoudig weigeren te gehoorzamen. Zo werden ook de gelovigen te Rome later tot een getuigenis wat hun het eigen bloed kostte, in hun trouw aan de hoogste Onderschikker. En velen na hen hebben deze houding laten zien, zoals ook Luther in de Rijksdag met deze woorden: ‘Ik sta hier, ik kan niet anders! God helpe mij, Amen!’

Erkenning

Maar ook hier is het nodig vervuld te zijn met de erkenning van de wil van God, in alle wijsheid en geestelijk inzicht Kol.1:9. Want velen zijn martelaar van eigen genade geworden, omdat zij Gods wil niet op een juiste manier konden onderscheiden. Ware getuigen lieten zich niet in een worsteling met bloed en vlees meeslepen; ze streden niet, ze waren geen oproerkraaiers, ze dienden geen aanklachten in, maar bleven rustig in eervolle onderschikking. Ze bleven eenvoudig bij het Woord, ongeacht de gevolgen die dat zou hebben. Want zij wisten, dat aan hen de genade geschonken werd, voor Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden Fil.1:29.

De geest van zoonschap

De aangewezen onderschikking maakt van ons geen slaafse onderdanen. De ontvangen geest van het zoonschap verleent aan ons een adelstand van de hoogste orde. Dit komt tot uitdrukking in een geest van zachtmoedigheid en in een geest van kracht, liefde en gezond verstand Gal.6:1; 2Tim.1:7. Deze geest doet ons met dezelfde innerlijke houding zowel het huis van een bedelaar binnengaan als het paleis van een koning, om voor die vorst te staan. Deze geest geeft ons moed en bezonnenheid. Wij kunnen dan zelfs in bedrieglijk lijkende omstandigheden rustig blijven en met verborgen vreugde aanzien hoe God in alles aan het werk is.

Voorbeelden uit de Schrift

Mensen van God die in Gods woord genoemd worden, hebben deze geloofshouding getoond. Ze leefden recht voor God, maar betoonden ook de aan de overheid verschuldigde eerbied. Hoe leerzaam is de houding van Daniël voor Nebukadnezar en die van de nog jonge David in zijn verdragen van de persoonlijke vijandschap van koning Saul, die hij steeds goedgunstig bejegende. Handelingen laat ons Paulus zien, in woord en houding, voor stadhouder Felix, de procurator Festus en koning Agrippa. Hij geeft allen de juiste eer Rom.13:7, maar niet vanuit een kruiperig mensen willen behagen om zijn eigen positie te verbeteren, want hij zei ook onaangename dingen tegen hen, zonder schroom. Hij was geen willoze slaaf van de overheden, die alles maar accepteerde. Toen de corrupte Festus hem als een gunst aan de Joden wilde uitleveren, wees Paulus hem op zijn plicht en beriep zich onmiddellijk op de keizer Hand.25:1-12. In Fillipi stond hij zelfs op openbare rehabilitatie van het onrecht dat hem en Silas was aangedaan door de stadhouder, en dat volgens de wet van Rome Hand.16:35-40. Hij deed dit vermoedelijk omwille van de gemeente die hij daar moest achterlaten, opdat de Pretoren uit vrees voor Rome vanwege hun wetteloosheid de gelovigen verder met rust zouden laten.

Onze Heer

Het getuigenis van onze Heer voor Pontius Pilatus kan een grote hulp voor onze geloofshouding zijn. Op Zijn weg naar het kruis stond Hij voor hem om verhoord te worden. Eerst betuigde Hij voor hem de uitstekende belijdenis 1Tim.6:13dat Zijn koninschap en Zijn rijk niet van deze wereld zijn Joh.18:33-27. De stadhouder kwam in grote verlegenheid tegenover de Aangeklaagde, die hij niettemin wilde vrijlaten. Toen de Heer hem vervolgens geen antwoord meer gaf, wilde hij toch zijn waardigheid behouden en zei:

Met mij spreekt U niet? Weet U niet, dat ik volmacht heb U vrij te laten, en volmacht heb U te kruisigen? Proeve van NCV
(Joh 19:10 – Proeve van NCV)

En wat antwoordde de Heer?

U zou zelfs geen volmacht over Mij hebben, wanneer die niet van boven aan u gegeven zou zijn!Proeve van NCV
(Joh 19:11 – Proeve van NCV)

Pilatus deed wat in zijn vermogen lag om Hem vrij te laten, maar moest Hem laten kruisigen, hoewel hij zich ertegen verzette; want dat was naar het raadsbesluit van God.

Ook voor Zijn gelovigen moeten al de overheden en gevolmachtigden in dienst van Zijn raadsbesluit zijn. Want Hij doet alles samenwerken tot wat goed is, en als God voor ons is, wie of wat zal tegen ons zijn? Rom.8:28,31

Een vaste en integere geloofshouding in de volmacht en de zachtmoedigheid van de geest heeft overheden steeds in verlegenheid gebracht. Maar gewetensvolle trouw aan de Heer kan lijden over ons brengen net als over onze apostel, die tegen Timotheüs, zijn opvolger zei:

3 Lijd kwaad met mij als een uitstekend soldaat van Christus Jezus. NCV
(2Tim 2:3 – NCV)

Wij zijn in deze (krijgs)dienst voor Hem geroepen; dat wij daarin niet aflaten! Hij weet van het lijden dat een soldaat tijdens een veldtocht meemaakt, de valkuilen en ontberingen die hem overkomen. En zodoende schrijft Paulus:

Want, wandelend in het vlees, voeren wij geen oorlog naar het vlees. Want de wapens van onze oorlogvoering zijn niet vleselijk maar krachtig door God..Proeve van NCV
(2Cor 10:3,4 – Proeve van NCV)

Deze oorlog is helemaal niet tegen mensen, maar heel de wapenrusting van God is alleen bedoeld voor onze strijd met de geestelijke machten van de duisternis te midden van de hemelingen. Ef.6:10-20  In de voor de mensen onzichtbare, geestelijke wapenrusting was Paulus voor Christus een afgevaardigde met de boodschap van vrede. Die bracht hij in satans volmachtsge-bied op aarde om de Naam van Zijn Heer te dragen voor de ogen van de natiën, voor koningen, en de zonen van Israël Hand.9:15. Hij spande zich in om harten van mensen van allerlei rangen en standen voor zijn Heer te veroveren, en hij wist zich een schuldenaar van allen Rom.1:14. De Heer stuurde hem naar de natiën, om hun ogen te openen, opdat zij zich uit de duisternis in het licht, en uit de volmacht van de satan tot God zouden wenden Hand.26:18. De tegenstander (satan) bestreed ook deze, voor hem gevaarlijke, opponent met vleselijke wapens. Dat deed hij via de Joden en de militaire wereldmacht van de Romeinen; zij namen hem gevangen. Hij werd als afgevaardigde in ketens gebonden Efe.6:20; deze ogenschijnlijke nederlaag bleek voor hem redding te zijn Fil.1:19.

Het diende zelfs tot voortgang van het evangelie, en het werkte door tot in de residentie van de keizer. Christus werkte door hem heen, ook in zijn boeien. Fil.1:12,13 Voor dit evangelie leed hij kwaad als een misdadiger, het woord van God was echter niet gebonden 2Tim.2:9.

Mogen wij allen toch bemoedigd en aangespoord worden door dit voorbeeld van de gebondene van Christus Jezus voor ons Efe.3:1! Destijds was de meerderheid van de broeders ook vol vertrouwen in de Heer door zijn ketens; moge dat ook bij ons het geval zijn, zodat wij te meer onbevreesd het woord van God blijven spreken! Fil.1:14

Vertaling: Date Gorter
Origineel:
Kümmer, K. (1979). Unser Verhalten zur Obrigkeit.
Unausforschlicher Reichtum, 48, nr. 4 en 5.
In brochure uitgegeven:
Konkordanter Verlag Pforzheim (D). Uitgave nr. 229
Deel met anderen