Voetnoten bij 2Korinte

In een vorige blog schreef ik al over een nieuw idee, voetnoten bij de vertaling. Die kunnen de Bijbelstudent de informatie geven die de vertaler heeft onderzocht om de tekst helemaal te begrijpen, en die nodig is om echt te doorgronden wat de tekst zegt. Je kan er lezen over culturele achtergrond, context, verwante verzen, theologische onderwerpen en meer.

De mogelijkheden van wat er allemaal in de voetnoten gestopt kan worden zijn bijna eindeloos. Ik probeer dan ook het werk in twee rondes te verdelen. Eerst wil ik het Nieuwe Testament langsgaan en in de voetnoten schrijven wat nodig is de tekst goed te begrijpen, daarmee vooral focussend op uitleg, context en theologische onderwerpen. Waar nodig wordt er ook op de betekenis van een woord, een keuze in de vertaling, een alternatieve vertaling of achtergrond gegeven, maar minder dan zou kunnen. Dit wil ik in de loop van de tijd in een tweede ronde nog eens aanvullen.

Momenteel ben ik de voetnoten bij 2Korinte verder aan het maken, en de voetnoten bij het prachtige gedeelte van 2Kor 5:12-17 wil ik jullie als voorproefje niet onthouden. En mochten jullie nog een idee hebben voor een goede uitleg bij het “roem over jullie” in vers 12, dan houd ik mij aanbevolen! Binnenkort zal ik de voetnoten bij vers 18 tot 21 delen. Gods zegen!

De voetnoten bij 2Kor 5:12-17

Vers 12

Wij bevelen niet weer onszelf aan bij jullie, maargeven jullie een aansporing door roem over jullie, opdat jullie antwoord zouden hebben bij hen die zich beroemen in het uiterlijk en niet in het hart.

Context
Wij bevelen niet weer onszelf aan bij jullie – Zijn lezers zouden Paulus opnieuw kunnen verwijten dat hij zichzelf aanbeveelt. Dit verwijt vinden we vaak terug in deze brief (2Kor 3:1; 4:2; 6:4; 10:12; 12:11). Maar steeds opnieuw is het antwoord van Paulus dat het niet gaat om de mening van mensen, maar die van God (2Kor 10:18; 1Kor 4:3-5; Gal 1:10).

Alternatief
maar geven jullie een aansporing door roem over jullie – Vrijwel alle andere vertalingen hebben niet roem over jullie maar over ons. Dit maakt het tekstgedeelte een stuk beter uit te leggen. Paulus beveelt zichzelf niet aan, maar geeft zijn motivaties en bevestigd de oorsprong van zijn evangelie en opdracht. Niet voor zichzelf, maar zodat zij de waarde ervan inzagen. Als zij daardoor een aansporing hadden over hem te roemen, dat is, hem te erkenden en hoog hadden, dan konden ze zijn boodschap pas goed begrijpen en antwoord geven aan hen die zich beroemen in het uiterlijk en niet in het hart. Dan konden ze weerwoord geven aan zijn en hun tegenstanders.

Deze vertalingen baseren zich op een variant, waarbij de Griekse tekst inderdaad ons in plaats van jullie heeft, die alleen in latere teksten voorkomt, van de zogenaamde Byzantijnse tekstfamilie. Alle belangrijke oude handschriften echter, de codices en de papyri, hebben jullie, en zo ook de CGT waarop de vertaling hier gebaseerd is. Die variant lijkt inderdaad veel beter ondersteund, maar wat bedoelt Paulus dan? In de context gaat het om het aanbevelen van Paulus, niet dat van de Korintiërs. De roem van de Korintiërs bij henzelf lijkt nooit een probleem geweest te zijn, wel hoe ze over Paulus dachten. En in de directe context is er ook niets dat een aansporing lijkt voor roem over de Korintiërs, iets dat hen beter in staat zou stellen te antwoorden. Het enige dat over hen genoemd wordt in de directe context is dat Paulus verwacht dat hij en zijn medewerkers ook in hun harten openbaar gemaakt zullen worden. Dit zou zeker hen in staat stellen beter antwoorden te kunnen geven, maar de aansporing tot roem lijkt daarin afwezig, en daarmee de precieze betekenis van wat Paulus hier zegt nog onduidelijk.

Vers 13

Want, hetzij wij buiten onszelf zijn, het is voor God, hetzij wij verstandig zijn, het is voor jullie.

Uitleg
Wellicht had Paulus dwaas geleken voor de Korintiërs. Hij ging in zijn manier van doen en laten in tegen de norm in de Griekse cultuur. De tegenstand en vervolging die ze ondergingen voor hun roeping waren ongekend, en toch geven ze niet hoog op van zichzelf (1Kor 4:9-13) maar zien zichzelf als dienaren en slaven van God. Hij was dwaas om Christus wil (1Kor 4:10), voor God. Maar hij was ook verstandig, de leermeester van de natiën, en voor de Korintiërs was hij hun onderwijzer (Hand 18:11) en degene die hun had voortgebracht naar het evangelie (1Kor 4:14-16).

Vers 14

Want de liefde van Christus dringt ons,

Uitleg
In hun dienst aan de Korintiërs was de liefde de grote drijfveer. Het ging Paulus niet om zijn eigen eer, niet om aanzien of geld, zoals de Griekse filosofen verweten kon worden, hij was gestuurd door God en gedreven door Zijn liefde. Zoals hij in zijn brief aan de Filippenzen schreef is Christus ons voorbeeld. Zoals Hij zichzelf vernederde, dienstbaar werd en alles gaf voor de anderen, zo zouden wij in dezelfde gezindheid wandelen. Deze drijfveer maakte dat Paulus alles doorstond wat hij op zich af kreeg, en zich belangeloos bleef inzetten voor zijn gemeenten, voor de Korintiërs.

Vers 15

dit geoordeeld hebbend, dat indien Één voor allen gestorven is, dus allen gestorven zijn. En hij is gestorven voor allen, opdat zij die leven niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem die voor hen gestorven is en opgewekt werd.

Tekst
dit geoordeeld hebbend – Het deelwoord ‘geoordeeld hebbend’ staat hier in het Grieks in een vorm die meestal aangeeft dat iets voorafgaat aan de hoofdzin (voor de kenner: aoristus participium). Hij werd dus door de liefde gedrongen en gedreven in zijn taak doordat hij tot de conclusie kwam dat indien Één voor allen gestorven is, zij dus allen gestorven zijn.

Theologie
Hier geeft Paulus zeer kort de kernwaarden van het evangelie weer. Één, Christus, is voor állen gestorven (zie ook 1Tim 2:6). Zo heeft God zijn liefde bekend gemaakt (Rom 5:8; 1Joh 3:16), de liefde die Paulus daarna dreef om zich met eenzelfde onderschikking in te zetten voor die boodschap. Maar dit laat ons niet onaangeroerd. Hij stierf niet zomaar in onze plaats, nee, allen stierven met Hem (zie Rom 6:4; Gal 2:19,20; Kol 2:12; 3:3). Wat dat betekent heeft Paulus in Romeinen 6 uitvoerig uitgelegd. We zijn met Hem gestorven, zodat ons oude zondige leven mee aan het kruis is gegaan (Rom 6:6, zie ook Gal 5:24). En nu we met Hem weer zijn opgestaan en leven, leven we niet meer voor onszelf, maar voor Hem (Gal 2:19). We zouden dan ook onze lichamen niet meer als werktuigen van de onrechtvaardigheid, maar van de gerechtigheid (Rom 6:13).

Hoe ver deze kern van het evangelie gaat zullen we moeilijk in ons leven kunnen doorgronden. We leven niet meer voor onszelf, dus we kunnen geen aanspraak meer maken op iets, alsof het van ons is. Ons lichaam is van Hem, ons leven is van Hem. Hoe makkelijk gaan we toch altijd verder met het leven van ons eigen leven zonder stil te staan bij wat God met ons leven wil. Voor Paulus betekende het dat hij alles wat hij eerst voor zichzelf van waarde achtte verbeurd verklaarde (Fil 3:7) en heel zijn leven weidde aan de dienst van God.

Vers 16

Daarom zijn wíj vanaf nu met níemand bekend naar het vlees. En ook indien wij Christus gekend hebben naar het vlees, niettemin kennen wij Hem zo nu niet meer.

Uitleg
zijn wíj … met niemand bekend naar het vlees – Paulus had eerder al gesproken over hen die zich beroemen op het uiterlijk, niet het hart (2Kor 5:12), maar hier verwoord hij nog eens extra hoe ver het evangelie gaat. Doordat wij in Christus allen gestorven zijn, ons oude leven achter ons gelaten hebben, en allen voor Hem leven, is elk vleselijk voordeel verdwenen (zie ook Gal 3:28; Kol 3:11). Daarom hechtte Paulus ook niet aan de mening van anderen (1Kor 4:3-5), of deed moeite mensen te behagen (Gal 1:10) of zichzelf aan te bevelen (2Kor 3:1; 4:2; 5:12).

Context
En ook indien wij Christus gekend hebben naar het vlees – Een interessant voorbeeld van zijn vorige uitspraak volgt. De suggestie hier is dat Paulus Christus kende ‘naar het vlees’, dat is, beoordeelde op het uiterlijk vertoon, vleselijke voordelen, niet naar het hart. Dit deed hij dan voor zijn bekering, waarna hij de waarheid inzag dat allen met Christus gestorven zijn, waarmee al het uiterlijk, alle vleselijke voordelen, volkomen waardeloos zijn geworden. En ook Christus zouden we zo niet moeten kennen.

Theologie
En ook indien wij Christus gekend hebben naar het vlees – Sommigen halen uit dit vers de verregaande conclusie dat we helemaal niet meer naar Jezus in het vlees, dat is Jezus die op aarde rondliep, zouden moeten kijken. Het gaat slechts nog om de opgestane Christus. Dit is niet wat Paulus met dit vers wil zeggen. In de context gaat het om kijken naar de buitenkant, naar het vlees, of kijken naar het hart. Het gaat om een verkeerde manier van beoordelen, kijken naar vleselijke voordelen, niet om Jezus voor Zijn kruisiging tegenover Christus erna.

Wat we met de woorden en daden van Jezus voor Zijn dood en opstanding moeten hangt niet zozeer af van dit vers, maar van een andere theologische vraag: horen wij tot het publiek waartoe Jezus sprak, en is het evangelie dat Hij bracht ook voor ons, of is er onderscheid tussen de Joden en de natiën, en zouden wij ons oor te luisteren leggen bij Paulus, de leraar van de natiën (1Tim 2:7)? Zie hiervoor ook het onderwerp “schriftindeling” onderaan bij verwante onderwerpen.

Vers 17

Zo is het dat, indien iemand in Christus is, hij een nieuwe schepping is: wat van oorsprong was is voorbij gegaan, zie, het nieuwe is gekomen!

Theologie
Zo is het dat, indien iemand in Christus is, hij een nieuwe schepping is – Paulus gebruikt andere termen dan Jezus of de andere apostelen om de verandering bij gelovigen te omschrijven. Hij gebruikt niet het beeld van wedergeboorte. Blijkbaar gaat dat beeld niet ver genoeg, want hij gebruikt een vergelijking die zo radicaal is als het compleet verdwijnen van de oude hemel en aarde, en het tevoorschijn komen van een nieuwe hemel en aarde, een nieuwe schepping. Ook het taalgebruik van Paulus refereert hier direct aan. Naast het noemen van een nieuwe schepping, doet zijn uitroep “wat van oorsprong was is voorbij gegaan, zie, het nieuwe is gekomen” ook direct denken aan Jes 65:17 en Openb 21:4,5.

De veranderingen die Paulus voor ons beschrijft gaan ook verder dan ooit eerder verkondigd is, en komen verder ook pas in de nieuwe schepping aan bod. Zo werd de Joden bijvoorbeeld een toekomstig koninkrijk beloofd, waarin er een tempel zou zijn met priesters. Priesters brengen het volk in verbinding met God, vormen de verbinding tussen mensen en God. Pas op de nieuwe aarde woont God onder de mensen en is er dus geen priesterschap meer nodig, omdat er geen afstand is tussen God en mensen (Openb 21:22). Voor ons lezen we nu al dat we zonder tussenkomst van priesters, in de de geest, toegang hebben tot de Vader (Efe 2:18), alsof voor ons nu al de principes van de nieuwe Schepping gelden. Ook het wegvallen van het onderscheid tussen Jood en heiden, het leven uit genade en de verzoening waar Paulus in de komende verzen over spreekt zijn zaken die vreemd zijn aan de beloften aan Israël voor het komende koninkrijk, maar hun plaats lijken te vinden in de toekomende nieuwe schepping, en nu dus al voor ons. Dit alles kan aangemerkt worden als een verschil in Paulus’ evangelie tegenover dat van Jezus en de apostelen, zie het onderwerp hieronder, “schriftindeling“.

Thijs Amersfoort
Verwante onderwerpen:
Schriftindeling
Deel met anderen