De vastgestelde feesten van God

Zoals bekend, gaf de Heer, Jahweh, aan Israël drie grote groepen van feesten, vastgestelde tijden, die het volk moe(s)t houden1. In dit artikel worden deze drie feesten opnieuw kort beschreven en wordt vooral wat nader ingegaan op de eerste dag van het derde feest. Vooraf beschrijf ik echter  nog iets van de verschillende voorgeschreven sabbatten, omdat deze onderdeel zijn van het vieren van de feesten van de Heer en het niet onbelangrijk is onderscheid in de diverse sabbatten voor ogen te houden.

Jaar- en week-sabbatten

De Heer gebood Israël, dat er élke week, op de 7de dag, een week-sabbat gehouden moet worden, waarop geen werk gedaan mag worden1. Hiernaast echter zijn er bij Zijn drie grote feesten ook ándere sabbatten voorgeschreven, door het jaar heen in totaal zeven. Deze beginnen op een vaste datum bij het betreffende feest. Het Feest van Ongezuurde (broden) begint altijd op de vijftiende dag van de eerste maand (dus 15 Nisan) én dan is het ook een sabbat2: een jaar-sabbat. Bijvoorbeeld Kerst valt bij ons soms op ‘doordeweekse dagen’ en soms in het weekend. Evenzo kan in Israël een jaar-sabbat (dat is een sabbat die bij de grote feesten voorgeschreven is) soms op een ‘doordeweekse dag’ vallen, en soms tegelijk met de zevende dag, met de ‘gewone’ week-sabbat. Dan kan een jaar-sabbat én een week-sabbat dus beide op één en dezelfde dag zijn. Wanneer dit het geval is, noemt het NT dat: de dag van de sabbatten. Helaas wordt die uitdrukking meestal veranderd en vertaalt men bijvoorbeeld met ‘sabbatsdag’. Zo’n ‘dag van de sabbatten’ is terug te vinden in Lucas 4:16, in Handelingen 13:14 en 16:13[A] . Het gaat dan als het ware om een ‘dubbele’ sabbat: twee op één dag. Dát een jaar-sabbat op iedere willekeurige dag in de week, dus ook tegelijkertijd met een week-sabbat kan vallen, is vaak over het hoofd gezien. Vooral rondom het sterven en de opstanding van onze Heer houden veel gelovigen hier geen rekening mee en is er veel verwarring ontstaan. Wanneer er ‘sabbat’ staat, hoeft dit dus NIET automatisch altijd de zevende dag van de week aan te duiden (de week-sabbat). Het tekstverband moet duidelijk maken of het misschien gaat om een jaar-sabbat!

De drie grote Feesten van de Heer 

Opnieuw, ter herinnering, om welke feesten het gaat:

Ten eerste1:
Het (a) Pèsach/ Pascha2 in de eerste maand op de14de Nisan (bij ons maart/april). Hierbij horend vanaf 15 Nisan: (b) het Feest van Ongezuurde (broden), met ook (c) het Beweegoffer. Dat Beweegoffer valt op de 2de dag van de ‘Ongezuurde (broden)’, op de 16de Nisan. Volgens Leviticus 23:11 bewoog de priester namelijk de schoof op de dag na de sabbat en dat is de sabbat uit vers 7, de jaar-sabbat 15 Nisan. Immers op de eerste én de zevende dag van het Feest van Ongezuurde (broden), (15 en 21 Nisan), is het een jaar-sabbat3  

Ten tweede:  
Het Wekenfeest4, dat ook genoemd wordt: Feest van de oogst5, of de Dag van de Eerstelingen6. Dit feest valt op de 50stedag geteld vanaf het Beweegoffer; in de derde maand dus van de Joodse kalender. Ook deze dag is een jaar-sabbat7. Bij ons heet deze 50ste dag: Pinksteren.

Ten derde: 
Het Feest van de inzameling8, in de zevende maand Tisjri (bij ons sept./okt.). Dit feest betreft diverse verschillende dagen in die maand. (a) De eerste dag van de zevende maand, die de Schrift noemt een ‘dag van [bazuin]geschal’ 9, of gedachtenis ‘geschal’10. Deze eerste dag is een jaar-sabbat. Vervolgens (b) op de tiende dag: de dag van verzoeningen11. Kortweg ook Verzoendag, of Jom Kippoer genoemd, die weer een jaar-sabbat betreft. Daarna begint (c) op de vijftiende het Loofhuttenfeest12. Dit moet Israël zeven dagen lang vieren, en op de achtste dag is er nog een bijzondere samenkomst13, waarop het weer een jaar-sabbat is.

8. Exo. 23:16; 34:22. 9. Hebreeuws תרועת (teroeāh) Num. 29:1. 10. Lev. 23:24. 11. Lev 23:27,28; 25:9. 12. Hebreeuws voor loofhutten is . Lev. 23:34; Deut. 16:13-16; 31:10; zie ook Neh. 8:14-19. 13. Lev. 23:36,39.

Dit derde, het Feest van de inzameling zal nu én een volgende keer wat nader bestudeerd worden; hier de eerste dag van dit Feest.

Dag van (bazuin-)geschal: eerste dag van de zevende maand
Deze eerste dag van de maand Tisjri heet dus een dag ‘van geschal/geschreeuw’, van תרועה (teroeāh) in het Hebreeuws. Bij dit woord hoort een Hebreeuwse werkwoord met de betekenis (en תרועה (teroeāh) heeft dezelfde betekenissen): een stoot geven op een blaasinstrument. Verder: krijgsgeschreeuw aanheffen1, of: anderen alarmeren(waarschuwen) zoals voor de strijd2, of ook: uit vreugde schreeuwen bijvoorbeeld vanwege een overwinning3. Het woord wordt dus onder andere gebruikt om te waarschuwen. Zefanja, één van Israëls profeten, verbindt in Zef 1:14-16 dit ‘geschal/geschreeuw’ met de dag van de Heer, van Jahweh. Vers 16 noemt deze de dag van sjofar[B] (ramshoorn) en van (alarm)geschreeuw (תרועה (teroeāh)). En vers 15 beschrijft die dag als een heel duistere dag, van verbolgenheid, benauwdheid, angst, vernieling, dikke duisternis e.d.Dan gaat het dus om de dag van de Heer, die net als ten tijde van Zefanja ook op dit moment nog in de toekomst ligt. Overigens zal bazuingeschal (sjofar) bij Israël ongetwijfeld ook de wetgeving op de Sinaï in gedachten brengen, omdat ook deze gepaard ging met donder, bliksem, een zware wolk en rook én gaandeweg zeer sterk bazuingeschal (van de sjofar)4! Verder is de dag ‘van geschal/geschreeuw’ in Israëls geschiedenis geworden tot hun nieuwjaarsdag, de ‘Rosh Ha Shana’, waarop, ook nu, veelvuldig de sjofar geblazen wordt. De Babyloniërs zagen namelijk, naast het voorjaar als begin van het jaar, óók wel de maand Tisjri als het begin. De Schrift wijst als de eerste maand van het jaar Nisan aan5.

1. Zie bijv. Amos 2:2. 2. Bijv. Jer.4:19; in het NT ook bijvoorbeeld in 1Cor. 14:8. 3. Zo bijv. bij Gideon Rich. 7:18-20,22; of bij het vallen van de muren van Jericho: Jozua 6:13,20, waar men een luid ‘geschreeuw aanheft plus de ramsbazuinen (sjofar) blaast. 4. Zie Exo. 19:16-19. 5. Exo. 12:2, Num.28:16

Waarom dit ‘geschal’?
Met de sjofar en met het תרועה (teroeāh) wordt in Zefanja onder andere aangekondigd/ gewaar- schuwd dat de dag van de Heer eraan komt; in 1:18 de dag van de verbolgenheid van de Heer. Ook de profeet Joël roept in Joel 2:1-2 op om de sjofar in Sion te blazen en alarm te slaan (hier staat het werkwoord, waarvan תרועה (teroeāh) is afgeleid), want de dag van de Heer, van Jahweh, is nabij! “…laat alle inwoners van het land sidderen…”. Ook in Joel 2:15 staat: “…blaas de bazuin in Sion, kondig een vasten af …”. Vers 16 zegt dat hierna “…de bruidegom uit zijn binnenkamer gaat, de bruid uit haar slaapkamer…”. Dus volgens Joël gaat aan de komst van de Heer, de bruidegom, eerst o.a. dikke duisternis en donkerheid (Joel 2:2) vooraf, ingeluid met sjofar en met vasten en moet men sabbat houden. Ezechiël 33 beschrijft even- eens dit waarschuwende aspect van het blazen op de sjofar. In Eze 33:2-6 moet een aangestelde wachter het volk via de sjofar waarschuwen, wanneer het zwaard over het land komt! En Hosea 5:1 roept op “acht te slaan op het gericht, …dat hen aangaat,… ‘huis van Israël, …huis van de koning’ “.  Met in Hos 5:8 “…blaas de sjofar in Gibea, de trompet in Rama, sla alarm (hier het werkwoord, waar תרועה (teroeāh) bij hoort)”. We zagen dus, dat deze zevende maand aanvangt met de waarschuwing van sjofar en (alarm)’geschal’. Echter ook het aspect van geschreeuw vanwege de overwinning, gegeven door de Heer, moeten we niet over het hoofd zien. Zowel bij Gideon als bij de val van de muren van Jericho (zie de verwijzingen hierboven onder punt 3.) moet het volk de sjofar, de ramshoorn, blazen én is er sprake van luid geschreeuw (gejuich) omdat de Héér de overwinning zal geven! Deze dag met sjofar en (alarm)’geschal /geschreeuw’ is voor Israël dus een belangrijke dag om zich te heiligen met vasten en met een sabbat, want de bruidegom gaat komen! En het geeft aan dat er vreugde mag zijn, vanwege het vertrouwen, dat de Héér voor hen zal strijden en hen zal bevrijden van hun vijanden.

De dag van de Heer
In het NT geeft Openbaring weer, hoe Johannes in die dag van de Heer geplaatst wordt(NIET: op. Want Johannes krijgt een blik in de toekomst) en hij hoort ook een luide stem, als van een bazuin. In Openbaring 8:2,6 worden 7 bazuinen genoemd (als onderdeel van het ‘zevende zegel’). Steeds wanneer er een bazuin geblazen wordt, volgt er volgens Openbaring een gericht/plaag. De eerste vier hiervan vinden plaats in de natuur2 (natuurlijk ook met gevolgen voor de schepselen/mensen), terwijl de laatste drie de zogenaamde ‘wee’ bazuinen3 zijn en er vele men- sen gepijnigd/gedood zullen worden. De derde wee, aangekondigd door de zevende bazuin, is tegelijk óók de aankondiging is van de Heer als Koning4! Dit sluit aan bij bijvoorbeeld Ps. 47:6-8 waarin het geluid van de sjofar en teroeāh verbonden wordt met Jahweh en God, de Koning over heel de aarde. Beide aspecten: zowel alarm-geschreeuw, als vreugde- geschreeuw spelen mogelijk in Openbaring mee. Vreugde, omdat de Heer nu echt als Bruidegom gaat komen; én omdat Hij Zijn Koningschap zal aanvaarden e.d.

Samenvattend

Het blazen van de sjofar op de dag van ‘geschal/geschreeuw’, moest Israël waarschuwen, dat de dag van Jahweh, van de Heer, nabij is en dat er eerst veel donkerheid plaats zal gaan vinden. Maar ook, dat de Bruidegom uit gaat uit zijn binnenkamer (Joel 2:16). En naar Openbaring ook omdat de Koning Zijn Koningschap nu op Zich zal nemen!

De gemeente, het Lichaam van Christus 

Wat een genade dat voor de gemeente, het Lichaam van Christus eerder, vóór de dag van duisternis eerst een heel ándere bazuin zal klinken: een bazuin, die klinkt bij de komst (aanwezigheid) van de Heer voor de gemeente, het Lichaam van Christus. Díe bazuin zal de doden die in Christus zijn, het eerst doen opstaan, waarna wij, levenden, tegelijk tezamen met hen(de eerder gestorvenen) de Heer in de lucht mogen ontmoeten1! Voor de gemeente zal een laatste bazuin de doden én de levenden doen veranderen: in onverderfelijkheid2. Anders dan bij Israël, waar de bazuinen o.a. waarschuwen en waar ze ‘gerichten’ inluiden (waarna Hij zal komen), mogen wij naar Zijn komst in de lucht uitzien. Want volgens 1Thesalonicenzen 5:9 heeft God ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van redding door onze Heer Jezus Christus3! Hem en Hem alleen zij alle lof, eer en dank!

[A] Zie ook Unsearchable Riches Volume 17 p.12 en het hele artikel pp. 7-22
[B] Men gebruikte in Israël naast de sjofar ook trompetten om te waarschuwen, bij vreugde en dergelijke (bijvoorbeeld bij het brengen van de ark naar Jeruzalem 1Kron. 15:24, 28)

Ans Bouwman
Verwante onderwerpen:
feesten
Bazuin
Opname
Deel met anderen